Wijn historieAl in de bronstijd werden druiven verbouwd door de bewoners van het oudste wijnbouwgebied van het Duitse taalgebied. De "Retische wijn" uit het Etschland had ook de Romeinen bereikt; in houten, met ijzeren banden beslagen vaten transporteerden de Retiërs hun "wijnen die niet onderdoen voor de beste Romeinse soorten" tot aan het hof van de Romeinse keizer. Hier leerden de Romeinen, dat wijn veel beter rijpt in houten vaten dan in aardewerken amforen.  Vanaf de 8e eeuw verworven Frankische en Beierse kloosters in de omstreken wijnbouwgrond voor eigen consumptie. En onder Oostenrijk werd ruim 600 jaar lang, met name in Zuid-Tirol, de wijnbouw ontwikkeld. Lagrein, vernatsch en gewürztraminer bepaalden met vele oude en lokale druivenrassen het landschapsbeeld, en gedeeltelijk ook nu nog. In de tweede helft van de 19e eeuw werden in toenemende mate ook internationale druivenrassen in de Zuid-Tiroolse wijngaarden geïntroduceerd.
Tegenwoordig verbouwen wijnboeren in Zuid-Tirol ruim 20 druivenrassen, en dat op krap 5.000 hectare land. Minder dan één procent van de Italiaanse wijnen komt uit Zuid-Tirol. Qua kwaliteit kunnen zij zich echter met de grootste Toscaanse of Piëmontese wijnen meten.
|